Naar hoofdinhoud
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot: a. mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen bepaald op 3; b. mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op vaste seizoenplaatsen bepaald op 2,4; c. mobiele kampeeronderkomens op seizoenplaatsen of bepaald op 2,4. d. mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen bepaald op: 1o 2,4, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2o 2,4, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; 3o 2,2, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4o 2,1, indien sprake is van een maandarrangement; 5o 2,1, indien sprake is van een winterarrangement. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt: a. in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 60; b. in geval van het eerste lid, sub b, bepaald op:  50; c. in geval van het eerste lid, sub c, bepaald op: 50. d. in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op: 1o 29, indien sprake is van een voorseizoenarrangement; 2o 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement; 3o 14, indien sprake is van een naseizoenarrangement; 4o 12, indien sprake is van een maandarrangement; 5o 16, indien sprake is van een winterarrangement.

Rechtspraak bij dit artikel