1. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
vervallen voor paracommerciële inrichtingen: a. de voorschriften en
beperkingen die tot dat tijdstip op grond van eerdere gemeentelijke
verordeningen krachtens de wet zijn gesteld; b. de ontheffingen die
tot dat tijdstip door het college van burgemeester en wethouders en
de burgemeester zijn verleend; c. de tot dat tijdstip gehanteerde
schenk- of taptijden. 2. Voorschriften en beperkingen die tot het
tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening op grond van
eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld
aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde
inrichtingen, blijven van kracht. 3. Ontheffingen die tot het
tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening zijn verleend op
grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet,
behalve de in het eerste lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven
twaalf maanden na inwerkingtreding van deze verordening van kracht.
Daarna komen deze ontheffingen te vervallen.
4. Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning is
ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening
toegepast.