Terug naar versiegeschiedenis
Versie 1
Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen voor de gemeenten in de regio Gooi & Vechtstreek · gedetecteerd op 28 mei 2026 om 16:57
11 gewijzigd
Gewijzigde artikelen
Artikel 1Toepassing
Oud
Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar
aanleiding van overtreding van de bij of krachtens de Wet
kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gestelde
regelgeving.
Nieuw
Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen gestelde regelgeving.
Artikel 10Samenloop
Oud
De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval
er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per
overtreding berekende boetebedragen.
Nieuw
De totale bij boetebeschikking op te leggen boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
Artikel 11Citeertitel
Oud
Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels handhaving
Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen voor de
gemeenten in de regio Gooi & Vechtstreek van 19 november
2013”.
Nieuw
Deze beleidsregels worden aangehaald als “Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen voor de gemeenten in de regio Gooi & Vechtstreek van 19 november 2013”.
Artikel 2Vormen van sanctioneren
Oud
Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de
volgende mogelijkheden:
Herstelsanctie; bestraffende sanctie.
Doordat beide sancties een verschillend doel dienen in het geval van
een overtreding kunnen beide handhavingstrajecten zowel gelijktijdig
als afzonderlijk worden gestart.
Nieuw
Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de volgende mogelijkheden:
Herstelsanctie; bestraffende sanctie.
Doordat beide sancties een verschillend doel dienen in het geval van een overtreding kunnen beide handhavingstrajecten zowel gelijktijdig als afzonderlijk worden gestart.
Artikel 3Kwaliteitseisen
Oud
De kwaliteitseisen, waar aan voldaan moet worden, staan genoemd in
de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en alle
aanverwante regelgeving. Ze worden tevens expliciet in het door de
toezichthouder opgestelde rapport genoemd. In deze Beleidsregels
Handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen voor de gemeenten in de
regio Gooi & Vechtstreek wordt uitgegaan van deze
kwaliteitseisen. In het afwegingsoverzicht dat als bijlage aan deze
beleidsregels is toegevoegd worden voor de prioritering en de hoogte
van de bestuurlijke boete per domein de kwaliteitseisen geclusterd
weergegeven.
Nieuw
De kwaliteitseisen, waar aan voldaan moet worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en alle aanverwante regelgeving. Ze worden tevens expliciet in het door de toezichthouder opgestelde rapport genoemd. In deze Beleidsregels Handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen voor de gemeenten in de regio Gooi & Vechtstreek wordt uitgegaan van deze kwaliteitseisen. In het afwegingsoverzicht dat als bijlage aan deze beleidsregels is toegevoegd worden voor de prioritering en de hoogte van de bestuurlijke boete per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven.
Artikel 4Herstelsancties
Oud
Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een
gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een
peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de
Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en alle daaruit
voortvloeiende regelgeving, start het college in beginsel een
herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de
overtreding(-en) en voorkoming van herhaling van de overtreding(-en)
Bij het uitvoeren van het herstellend traject hanteert het college
de volgende stappen: stap 1: aanwijzing stap 2: last onder
dwangsom/last onder bestuursdwang, stap 3: exploitatieverbod stap 4:
verwijdering uit het landelijk register kinderopvang of het register
peuterspeelzalen Indien de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan
het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van
het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te
passen.
De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die
is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het
afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen. Bij het opleggen
van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen: prioriteit
hoog: maximaal 2 weken prioriteit gemiddeld: maximaal 2 maanden
prioriteit laag: maximaal 6 maanden
Nieuw
Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen en alle daaruit voortvloeiende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend traject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en voorkoming van herhaling van de overtreding(-en)
Bij het uitvoeren van het herstellend traject hanteert het college de volgende stappen: stap 1: aanwijzing stap 2: last onder dwangsom/last onder bestuursdwang, stap 3: exploitatieverbod stap 4: verwijdering uit het landelijk register kinderopvang of het register peuterspeelzalen Indien de overtreding hiertoe aanleiding geeft, kan het college besluiten om een bepaalde stap of bepaalde stappen van het herstellende traject over te slaan dan wel meerdere keren toe te passen.
De duur van de hersteltermijn is afhankelijk van de prioriteit die is toegekend aan de kwaliteitseis zoals afgeleid kan worden uit het afwegingsoverzicht dat als bijlage is opgenomen. Bij het opleggen van een aanwijzing gelden de volgende hersteltermijnen: prioriteit hoog: maximaal 2 weken prioriteit gemiddeld: maximaal 2 maanden prioriteit laag: maximaal 6 maanden
Oud
Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wet
kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen voor wat betreft de
te registreren voorzieningen (dagopvang, buitenschoolse opvang,
gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of
peuterspeelzaal) zal de registratie worden verwijderd uit het
register kinderopvang danwel peuterspeelzaalwerk.
Nieuw
Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen voor wat betreft de te registreren voorzieningen (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal) zal de registratie worden verwijderd uit het register kinderopvang danwel peuterspeelzaalwerk.
Oud
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op gesubsidieerde
peuterspeelzalen.
Nieuw
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op gesubsidieerde peuterspeelzalen.
Artikel 7Gebruik bevoegdheid opleggen bestuurlijke boete
Oud
Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder
geval aangewezen bij een overtreding van een norm zoals genoemd in
het afwegingsoverzicht onder ‘overige overtredingen’.
Nieuw
Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval aangewezen bij een overtreding van een norm zoals genoemd in het afwegingsoverzicht onder ‘overige overtredingen’.
Artikel 8Hoogte bestuurlijke boete
Oud
1. Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in
artikel 1.72, eerste lid en artikel 2.28, eerste lid, van de Wet
kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, wordt voor alle
overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het
afwegingsoverzicht als uitgangspunt gehanteerd.
2. In afwijking van het vorige lid, geldt voor voorzieningen voor
gastouderopvang als uitgangspunt dat vooraf geen boetebedragen
worden genoemd.
Van boeteverhogende omstandigheden kan sprake zijn in geval van
recidive door de houder en/of het opzettelijk niet naleven van de
bij of krachtens de Wko gestelde voorschriften.
Nieuw
1. Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1.72, eerste lid en artikel 2.28, eerste lid, van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, wordt voor alle overtredingen het boetebedrag dat is neergelegd in het afwegingsoverzicht als uitgangspunt gehanteerd.
2. In afwijking van het vorige lid, geldt voor voorzieningen voor gastouderopvang als uitgangspunt dat vooraf geen boetebedragen worden genoemd.
Van boeteverhogende omstandigheden kan sprake zijn in geval van recidive door de houder en/of het opzettelijk niet naleven van de bij of krachtens de Wko gestelde voorschriften.
Artikel 9Matiging
Oud
Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen,
indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van de ernst
van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden
waaronder de overtreding is begaan of de omstandigheden waarin de
overtreder verkeert,
boeteoplegging volgens deze Beleidsregels handhaving onevenredig
is.
Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel
slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden
waarin bij de vaststelling van deze Beleidsregels niet is voorzien.
Nieuw
Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan of de omstandigheden waarin de overtreder verkeert,
boeteoplegging volgens deze Beleidsregels handhaving onevenredig is.
Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze Beleidsregels niet is voorzien.