Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerstecategorie;
b.50% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de tweedecategorie;
c.10% procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de derdecategorie.
2. a. De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien debelanghebbende zich binnen 24 maanden na bekendmaking van een besluit waarbijeen maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt (recidive) aan een verwijtbaregedraging van dezelfde categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegdwordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen,bedoeld in artikel 6.
b.Indien na de recidive de belanghebbende zich binnen de onder artikel 10, lid 2onderdeel a genoemde periode zich wederom schuldig heeft gemaakt aan verwijtbaregedragingen van dezelfde categorie wordt de hoogte van de maatregel als bedoeld inhet eerste lid verdubbeld en wordt bij een volgende verwijtbare gedraging vandezelfde categorie naast de verdubbeling van de hoogte een verdubbeling van de duurvan de maatregel opgelegd.
c.In afwijking van het gestelde onder artikel 10, lid 2 onderdeel b wordt na de recidivevan de gedraging van de eerste categorie de duur van de maatregel gesteld op 6maanden.
HOOFDSTUK 2
Artikel 10
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand