Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Jurisprudentie en beleidsbesluiten

Onderdeel van Beleidsregels voor het toekennen van ambtshalve vermindering van gemeentelijke belastingen

1.. Een uitspraak van de Hoge Raad of een beleidsbesluit van het college van burgemeester en wethouders of van de gemeenteambtenaar bedoeld in artikel 231, tweede lid, onder b, van de Gemeentewet, waarin een toepassing van de belastingwet besloten ligt die voor de belanghebbende gunstiger is dan de bij de heffing van de belasting gevolgde toepassing, leidt niet tot het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting indien de belastingaanslag of de voldoening op aangifte onherroepelijk is komen vast te staan vóór de dag, waarop de uitspraak door de Hoge Raad is gewezen, onderscheidenlijk vóór de dagtekening van het beleidsbesluit of andere schriftelijke aanwijzing, tenzij het college van burgemeester en wethouders op dit punt een afwijkende regeling heeft getroffen. 2.. Hetgeen in het eerste lid is bepaald met betrekking tot een uitspraak van de Hoge Raad, is in daartoe leidende gevallen van overeenkomstige toepassing op prejudiciële beslissingen van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen alsmede op rechterlijke uitspraken van het Hof en andere supranationale colleges. 3.. Een uitspraak van een rechtbank of gerechtshof is doorgaans geen aanleiding voor het ambtshalve verlenen van vermindering van belasting. Dit lijdt evenwel uitzondering indien het college van burgemeester en wethouders kenbaar heeft gemaakt dat de uitspraak tot richtsnoer moet worden genomen. Het eerste lid is alsdan van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel