Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2.2

Tweede eis

Onderdeel van Beleidsregels bluswatervoorziening en bereikbaarheid objecten

Verkeersaders bieden aan de brandweervoertuigen een onbelemmerde en betrouwbare doorgang. Op de verkeersaders is de snelheid van hulpverleningsdiensten meestal vergelijkbaar en soms zelfs hoger dan de snelheid van het overige verkeer. De ervaring leert dat het overige verkeer snelheid terugneemt om plaats te maken voor hulpverleningsvoertuigen. Dit houdt in dat er voor de hulpverleningsdiensten de ruimte moet zijn om het verkeer op dezelfde baan te kunnen passeren en het eventueel tegemoetkomende verkeer te kunnen ontwijken. Tevens moeten verkeersaders altijd bruikbaar zijn en blijven, of er dient hiervoor minimaal een alternatief te worden gezocht. Wanneer dit niet gebeurt bestaat namelijk de kans dat delen van het verzorgingsgebied niet bereikt kunnen worden omdat een verkeersader niet beschikbaar is. Een onbelemmerde doorgang kan overigens worden bevorderd door verkeersmanagement, bijvoorbeeld door het toepassen van verkeerslichtbeïnvloeding of het aangeven van gewenst gedrag middels borden. Bouw/ wegwerkzaamheden c.q. reconstructiewerkzaamheden kunnen een reden zijn voor het zoeken van een alternatief. Vormen van alternatieven kunnen zijn: wegomleidingen; parallelbaan; route door het werkvak. De alternatieven dienen zo spoedig mogelijk, doch minimaal 10 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden, ter goedkeuring worden aangeboden aan het team preparatie. (uiteraard zijn er ook adhoc situaties, zoals bij storingen/ lekkages e.d., welke direct zullen worden beoordeeld) Snelheidsremmende en verkeerswerende elementen daarentegen zijn in tegenspraak met een onbelemmerde doorgang. Deze dienen in overleg met de brandweer te worden geplaatst om te voorkomen dat de opkomsttijd onevenredig lang wordt. Hierbij dient in ogenschouw te worden genomen dat het totaal aantal snelheidsremmende en verkeerswerende elementen op de gehele route beperkt moet blijven. Tevens dienen er goede zichtlijnen voor de bestuurder te zijn nabij kruisingen om snel en veilig het kruispunt te kunnen oversteken. Afsluitingen anders dan wegwerkzaamheden in de vastgestelde primaire uitrukroutes, verkeersaders en gebiedsontsluitingswegen mogen uitsluitend door middel van op afstand bedienbare dynamische voorzieningen worden afgesloten. Deze dienen vanuit het hulpverleningsvoertuig bediend te kunnen worden (bijvoorbeeld door een actieve transponder). Afsluitingen in secundaire uitrukroutes mogen eventueel afgesloten worden met een verwijderbare afsluiting, bijvoorbeeld een klappaal of een uitneembare paal. De afsluiting mag enkel worden toegepast als de afsluiting bij de brandweer is afgestemd en uniform is vormgegeven. De afsluiting moet te bedienen zijn door alle hulpdiensten. Wegmeubilair, bedoeld om de toegankelijkheid te verminderen c.q. het wegverkeer te vertragen, dient ter goedkeuring bij de brandweer te zijn ingediend alvorens daar uitvoering aan wordt gegeven. Dergelijk meubilair mag er niet toe leiden dat een brandweervoertuig meer dan een minuut vertraging per 500 meter oploopt. Een te grote vertraging kan consequenties hebben voor het inzetbereik van een brandweervoertuig (zie ook paragraaf 2.1 normtijden).

Rechtspraak bij dit artikel