Naar hoofdinhoud

Artikel 39

Overgangsbepalingen

Onderdeel van Verordening openbaar vaarwater 2006

1.. Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de in het vorige artikel genoemde Verordening openbaar vaarwater 2002 blijven - indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht en worden vanaf de inwerkingtreding van deze verordening geacht te zijn vergunningen en ontheffingen verleend krachtens deze verordening. 2.. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de Verordening openbaar vaarwater 2002 blijven - indien en voor zover de bepalingen ingevolge welke deze voorschriften en beperkingen zijn opgelegd ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden geacht voorschriften en beperkingen te zijn opgelegd krachtens deze verordening. 3.. Aanvragen om een vergunning of ontheffing waarop, op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van de Verordening openbaar vaarwater 2002, tenzij deze verordening voor de aanvragergunstiger is. 4.. Ligplaatsen die op het moment van inwerkingtreding van deze verordening ingenomen zijn door woonschepen of bedrijfsschepen, waarvoor geen vergunning of ontheffing is verleend krachtens de Verordening openbaar vaarwater 2002 en het innemen van deze ligplaatsen gedurende meer dan een jaar nadrukkelijk is gedoogd door burgemeester en wethouders, worden nog gedurende maximaal zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening gedoogd. 5.. In afwijking van het in het vierde lid bepaalde, blijft de gedoogtoestemming van kracht, totdat is beslist op een aanvraag voor een, krachtens deze verordening, vereiste vergunning of ontheffing, indien deze aanvraag tenminste dertig dagen voor afloop van de in het vierde lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend. 6.. De eigenaren/schippers van woonschepen die, ten tijde van de inwerkingtreding van de laatste herziening van de Verordening openbaar vaarwater 1994 (15 januari 1996), met een gedoogtoestemming van de provincie ligplaats hebben ingenomen in het Hoendiep (U.T. Delfiaweg), worden in de gelegenheid gesteld om op grond van de in de verordening genoemde wachtlijst een andere ligplaats te verwerven. 7.. De in de voorgaande leden van dit artikel aangegeven overgangsbepalingen zijn van toepassing op de eigenaren van woon- of bedrijfsschepen (als houders van vergunningen c.q. ontheffingen) en hun eigendomsrechtverkrijgenden onder algemene titel en onder bijzondere titel. 8.. Het bepaalde in het zevende lid is niet van toepassing in geval van vervanging, of in geval van het vergroten of substantieel wijzigen van een woon- of bedrijfsschip. 9.. Van het bepaalde in het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders ontheffing verlenen voorzover te hunner beoordeling sprake is van overmacht of bijzondere omstandigheden.

Rechtspraak bij dit artikel