Het subsidiebedrag wordt als volgt berekend:
als grondslag voor de berekening van subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid onderdeel a en b, wordt gehanteerd het exploitatietekort zoals aangegeven in de in te dienen begroting. Als subsidiabele kosten worden aangemerkt kosten die direct verband houden met de activiteiten en die in redelijke verhouding staan tot de aard en de omvang van de activiteiten;
als grondslag voor de berekening van subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, wordt gehanteerd het aantal vrijwilligers dat verbonden is aan de activiteit(en) die gewaardeerd wordt. De subsidie bedraagt € 25,- per vrijwilliger met een maximum van € 2.500,- per organisatie. Een subsidie ter waardering wordt maximaal 1 maal per jaar per organisatie verstrekt.
Als grondslag voor de berekening van subsidie als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, wordt gehanteerd 100% van de kosten van notariële akte en inschrijving bij de KvK.