Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN HONDENBELASTING 2015

1.. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belas­ting­jaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belasting­plicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aan­vangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belas­tingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting terzake van het toegenomen aantal hon­den, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er in dat jaar, na het tijd­stip van de aanvang van de belasting­plicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblij­ven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belas­tingjaar vermindert, bestaat aanspraak op onthef­fing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belas­ting­plicht respec­tieve­lijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalen­dermaanden overblij­ven. 4.. Belastingbedragen van minder dan € 10,- worden niet geheven. 5.. Voor de toepassing van het vierde lid wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.

Rechtspraak bij dit artikel