Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 6

Financiële tegemoetkoming woonvoorzieningen

Onderdeel van Regeling maatschappelijke ondersteuning Gouda 2014

1. Als de kosten voor woonvoorzieningen meer bedragen dan € 3.221,49,- geldt het primaat van verhuizen. De maximale vergoeding voor verhuiskosten op declaratiebasis bedraagt € 3.221,49. 2. De financiële tegemoetkoming wordt betaald aan de eigenaar van de woning en bedraagt maximaal 100% van de goedgekeurde offertekosten. Als de geschatte aanpaskosten hoger zijn dan € 6.915,91 dienen minimaal drie offertes (gesplitst in kosten van volumes/onderdelen, gebruikte materialen en arbeid) te worden aangevraagd. Daarbij gelden voor bouwkundige of woontechnische voorzieningen de volgende maxima: € 964,18 voor een woonwagen die binnen vijf jaar is afgeschreven of waarvan de standplaats binnen vijf jaar wordt opgeheven; € 964,18 voor een woonschip dat binnen vijf jaar is afgeschreven of waarvan binnen vijf jaar de ligplaats weg moet; € 6.915,91 voor het bezoekbaar en/of logeerbaar maken van een woning. 3. Bij het vaststellen van de hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten van een woningaanpassing in de vorm van bouwkundige of woontechnische woonvoorziening wordt rekening gehouden met de volgende kostensoorten: de aanneemsom (waarin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening; de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991; als het noodzakelijk wordt geacht een architect in te schakelen: het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom, met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in: de Standaardvoorwaarden 1988/ Rechtsverhouding opdrachtgever-architect van de Bond van Nederlandse Architectenen. Als toezicht tijdens bouw noodzakelijk is dan is dat tot een maximum van 2% van de aanneemsom; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting; het renteverlies in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van de voorziening; de kosten van het verwerven van extra bouwrijpe grond indien noodzakelijk als niet gebouwd kan worden binnen de oorspronkelijke kavel; de door het college schriftelijk goedgekeurde kostenverhogingen die ten tijde van de raming van de kosten niet te voorzien waren; de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; de kosten van heraansluiting op de openbare nutsvoorziening; de administratiekosten die de verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van de bouwkundige voorziening, voor zover de kosten onder a tot en met j meer bedragen dan € 1.246,16 voor 10% van die kosten tot maximaal € 481,70. 4. Als er sprake is van sanering van de vloerbedekking niet ouder dan zeven jaar bedraagt de financiële tegemoetkoming maximaal € 35,- per m2 (inclusief arbeid, noodzakelijke materialen en BTW). De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van de afschrijvingstermijn van het te vervangen artikel. De vergoeding bedraagt een percentage van de kosten te weten: - 100% als het artikel nieuwer is dan twee jaar; - 75% als het artikel tussen de twee en vier jaar oud is; - 50% als het artikel tussen de vier en zes jaar oud is; - 25% als het artikel tussen de zes en acht jaar oud is. 5. De hoogte van de financiële tegemoetkoming in de kosten in verband met huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte met een maximum van € 641,10 per maand voor de duur van maximaal één jaar. 6. Als er sprake is van tijdelijke huisvesting is de hoogte van de vergoeding: maximaal € 695,96 per maand bij een zelfstandige woonruimte; maximaal € 347,47 per maand bij een niet-zelfstandige woonruimte. 7. Als een woonvoorziening tot meerwaarde van de woning heeft geleid en de woning binnen zes jaar verkocht wordt, dan geldt volgens onderstaand schema het bedrag dat door de aanvrager aan het college terugbetaald moet worden: voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde; voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde; voor het derde jaar 70% van de meerwaarde; voor het vierde jaar 60% van de meerwaarde; voor het vijfde jaar 40% van de meerwaarde; voor het zesde jaar 20% van de meerwaarde. 8. Als bijlage is bij deze regeling gevoegd een lijst met standaard woonvoorzieningen, waarin opgenomen de maximaal uit te keren bedragen per woonvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel