Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 25.

Vergunning grafbedekking

Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon 2014

1.. Voor het hebben van grafbedekking is een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op grafbedekking die uitsluitend bestaat uit klein blijvende, niet de grenzen van het graf overschrijdende planten en niet winterharde beplanting. 3.. Het eerste lid is niet van toepassing op het plaatsen van kleine voorwerpen zoals beeldjes, lantaarns, vazen, bloempotten en dergelijke. 4.. Het eerste lid is ook niet van toepassing voor een afsluitplaat ter afsluiting van een urnennis. 5.. De rechthebbende van een particulier (kinder)graf, particulier urnengraf, particuliere urnennis, plaats in de urnentuin of de gebruiker van een algemeen graf vraagt de vergunning voor het hebben van grafbedekking schriftelijk aan. 6.. Het college stelt in het Uitvoeringsbesluit gemeentelijke begraafplaatsen Hollands Kroon nadere regels vast omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van de grafbedekking en de wijze van aanbrengen. 7.. Het college kan geen vergunning verlenen als: a. niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het zesde lid; b. de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; c. de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; d. de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is; e. er naar het oordeel van het college onvoldoende ruimte is om de grafbedekking te real

Rechtspraak bij dit artikel