**1..** Aan de raad van de gemeente Amsterdam wordt mandaat verleend om jaarlijks de begroting van de ombudsman voor het volgende kalenderjaar vast te stellen.
**2..** De ombudsman zendt voor de vaststelling van de begroting een conceptbegroting inclusief meerjarenraming en toelichting naar de raden teneinde hen in de gelegenheid te stellen hun zienswijze bij de gemeenteraad van Amsterdam naar voren te brengen.
**3..** Voor de samenstelling van de begroting wordt uitgegaan van de in de laatst vastgestelde begroting opgenomen ramingen alsmede de resultatenrekening van het voorlaatste jaar.
**4..** Binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, wordt de begroting door de ombudsman aan de raden en aan gedeputeerde staten gestuurd.
**5..** Bij een positief exploitatieresultaat over een begrotingsjaar wordt dit resultaat in het daarop volgende begrotingsjaar aan de begrotingspost Algemene reserve toegevoegd.
**6..** Het bedrag van de begrotingspost Algemene reserve bedraagt nooit meer dan 10 procent van de gezamenlijke bijdragen van de deelnemende gemeenten van het betreffende begrotingsjaar.
**7..** Op een wijziging van de begroting is artikel 35 van de wet van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 5
Artikel 12
Begroting
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling gezamenlijke ombudsman metropool Amsterdam 2013