Deze verordening verstaat onder:
a.
het college:
het college van burgemeester en wethouders van de
gemeente Den Haag;
b.
schoolbestuur:
de privaatrechtelijke rechtspersoon die een in de
gemeente Den Haag gevestigde instelling voor primair
en/of (speciaal) voortgezet speciaal onderwijs in
stand houdt;
c.
primair onderwijs:
onderwijs als bedoeld in de Wet op het primair
onderwijs (hierna te noemen: WPO) en de Wet op de
expertisecentra (hierna te noemen: WEC);
d.
voortgezet onderwijs:
onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet
onderwijs (hierna te noemen: WVO);
e.
regionale opleidingscentra:
onderwijs als bedoeld in de Wet educatie en
beroepsonderwijs (hierna te noemen: WEB);
f.
hoger onderwijs:
onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
9.
kinderopvang:
kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang en
kwaliteitseisen peuterspeelzalen (hierna te noemen:
Wko);
h.
houder:
houder als bedoeld in de Wko;
i.
regionaal plan:
een regionaal plan onderwijsvoorzieningen als
bedoeld in artikel 72, tweede lid WVO;
j.
platform:
een samenwerkingsverband van schoolbesturen van in
de gemeente gevestigde instellingen voor onderwijs
en instellingen voor kinderopvang;
k.
KO-platform:
samenwerkingsverband van houders van in de gemeente
gevestigde instellingen voor kinderopvang;
l.
PO-platform:
samenwerkingsverband van schoolbesturen van in de
gemeente gevestigde instellingen voor primair
onderwijs;
m.
VO-platform:
samenwerkingsverband van schoolbesturen van in de
gemeente gevestigde instellingen voor voortgezet
onderwijs en de regionale opleidingscentra.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Overlegverordening Haagse Onderwijskamers 2014