De voorzitter agendeert de door hemzelf, een platform, of andere leden
van een kamer bij de ambtelijk secretaris van de kamer ter bespreking
aangedragen onderwerpen of voorstellen, vallend binnen het taakveld van
de kamer, voor de eerstvolgende daarvoor in aanmerking komende
vergadering, met inachtneming van de wettelijke beperkingen en
verplichtingen voor het overleg inzake de diverse aangelegenheden als
bedoeld in artikel 2, derde lid.