Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening toeristenbelasting Rheden 2002

De belasting wordt niet geheven terzake van het verblijf: door degene, die: als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van ouden van dagen verblijft; verblijf houdt in een gemeubileerde woning indien hij terzake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd; als gebruiker van een woonwagen of woonschip als bedoeld in de Woonwagenwet (Stbl. 1968, 98) onderscheidenlijk in de Wet op woonwagens en woonschepen (Stbl. 1918, 492), daarin overnacht; tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan een zogenaamde school-werkweek; bij de forfaitaire berekening van de heffingsgrondslag, als bedoeld in het eerste en in het tweede lid van artikel 5, worden niet als afzonderlijk onderkomen aangemerkt slaaptentjes van kinderen, welke tentjes behoren tot onderkomens waarin gelijktijdig ouders of verzorgers van die kinderen overnachten; waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de heffing en de invordering van watertoeristenbelasting; van een asielzoeker, zijnde een vreemdeling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, die een asielverzoek heeft ingediend waarover nog geen onherroepelijke beslissing is genomen, van degene die een asielverzoek heeft ingediend waarop negatief is beslist en van een verblijfsgerechtigde, die op basis van artikel 9, 10 of 15 van voornoemde wet een verblijfsvergunning heeft, voor zover deze personen verblijf houden in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2, in het kader van de centrale opvang onder verantwoordelijkheid van het ZBO Centrale Opvang Asielzoekers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel