Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Intrekken, beëindigen of wijzigen van een vergunning

Onderdeel van Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren 2014

1.. Burgemeester en wethouders kunnen een parkeervergunning intrekken, beëindigen of wijzigen: op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is in het (deel)rayon waarvoor de vergunning is verleend of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt; wanneer zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden, die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; wanneer voor het betreffende (deel)rayon het stelsel van parkeervergunningen komt te vervallen; wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften; wanneer blijkt dat bij aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; om redenen van openbaar belang; wanneer niet tijdig voor de parkeervergunning is betaald, zoals geregeld in de vergunningvoorschriften; wanneer in strijd met het bepaalde in artikel 7, eerste lid wordt gehandeld; 2.. Een besluit tot het intrekken, beëindigen of wijzigen van een parkeervergunning is met redenen omkleed. De vergunninghouder wordt van het intrekken, beëindigen of wijzigen van de parkeervergunning schriftelijk in kennis gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel