Naar hoofdinhoud
1.. Burgemeester en wethouders kunnen beperkende voorschriften verbinden aan parkeervergunningen voor zowel de te gebruiken parkeerplaatsen als voor de tijdstippen waarop de parkeervergunningen van kracht zijn. 2.. Burgemeester en Wethouders kunnen aan parkeervergunningen ook andere voorschriften verbinden. Deze voorschriften mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een eerlijke verdeling van de beschikbare parkeerruimte. 3.. Degene aan wie krachtens deze verordening een parkeervergunning is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften in acht te nemen.

Rechtspraak bij dit artikel