Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Algemene eisen die gelden voor de aanvrager en de activiteiten

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening 2014

1.. Een subsidie wordt, behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid, alleen verstrekt aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid. 2.. Indien dit voortvloeit uit de aard van de activiteit kan het college in beleidsregels bepalen dat een subsidie ook kan worden verstrekt aan één of meer (groepen van) natuurlijke personen. 3.. Om voor subsidie in aanmerking te komen dient een aanvrager in ieder geval: a.activiteiten te (gaan) verrichten: 1.. die passen binnen de doelstellingen van de Programmabegroting zoals die in de gemeentebegroting zijn opgenomen; 2.. die ten dienste staan van de gemeente Utrecht of de inwoners van de gemeente Utrecht; 3.. die geen specifieke politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke vorming beogen of feitelijk betreffen; de behoefte aan subsidiëring van de activiteiten aannemelijk te maken waarbij de hoogte van de subsidie aantoonbaar redelijk en noodzakelijk is voor de uitvoering van de activiteiten; aan te tonen dat er samen met de aangevraagde subsidie, voldoende financiële middelen zijn om de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, uit te voeren; waar mogelijk zijn activiteiten af te stemmen op die van soortgelijke organisaties en met dergelijke organisaties samen te werken. Het college kan hiervoor verplichtingen stellen in een beschikking tot subsidieverlening; te voldoen aan de eisen voor goed bestuur, die gelden voor de subsidieontvanger conform artikel 19 lid 1 te voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen die in deze verordening en in de beschikking tot subsidieverlening staan; geen activiteiten te verrichten die in strijd zijn met de wet; te voldoen aan de nadere eisen, die het college stelt, die van toepassing zijn op de subsidieontvanger. 4.. De aanvraag van de subsidie wordt op de voorgeschreven wijze ingediend ter attentie van het college en gaat in ieder geval vergezeld van een: activiteitenplan. Dit is niet nodig als het college in beleidsregels aangeeft dat daaraan geen behoefte is. Het activiteitenplan is een overzicht van de activiteiten met een omschrijving waarvoor subsidie wordt gevraagd en de doelstellingen die met die activiteiten worden nagestreefd. een sluitende begroting, tenzij het college in beleidsregels aangeeft dat dit voor de berekening van het bedrag van de subsidie niet van belang is; in de begroting staat per activiteit vermeld welke personele en materiele middelen nodig zijn met een heldere onderbouwing van de kosten en inkomsten met daarbij indien van toepassing een toerekening van algemene kosten aan activiteiten een overzicht van andere subsidieaanvragen ter zake van dezelfde activiteit onder vermelding van de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen; een formulier, waarin wordt aangegeven op welke onderdelen wordt voldaan aan eisen voor goed bestuur conform artikel 6 lid 3e. Dit is niet nodig als het college bij een eerdere aanvraag is gebleken, dat wordt voldaan aan deze verplichting en sindsdien er geen wijzigingen hebben plaatsgevonden. 5.. Uit het activiteitenplan, de begroting en het overzicht van andere subsidieaanvragen dient te blijken, dat wordt voldaan aan de eisen zoals gesteld in lid 3 van dit artikel. 6.. De aanvraag voor een subsidie moet tenminste dertien weken voor het begin van de te subsidiëren activiteit te worden ingediend tenzij het college hier in beleidsregels van afwijkt. 7.. Aanvragen die niet zijn ontvangen binnen de termijn genoemd in het zesde lid van dit artikel, worden afgewezen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel