De beschikking tot subsidieverlening bevat ten minste een zo concreet mogelijke omschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend, de periode waarvoor subsidie wordt verleend, het maximale bedrag van de subsidie per activiteit en de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald en de voorwaarden en/of verplichtingen die aan de subsidieverlening zijn gebonden. In de beschikking kan het college afwijken van de in artikel 23 eerste en tweede lid opgenomen bepalingen over de vaststelling van de subsidie en de vorming van een egalisatiereserve.