Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderkwartaal eindigt, wordt voor het kwartaal ontheffing verleend over zoveel derde gedeelten van de op grond van artikel 4 onder 1b. en 2b. berekende bedragen, als na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht in het kalenderkwartaal nog volle kalendermaanden overblijven.