Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 9

Ontstaan van de belastingschuld en ontheffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van haven- en kadegeld Goeree-Overflakkee

1.. Het havengeld is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak, dan wel bij de aanvang van het gebruik van de haven of de dienstverlening. 2.. Indien bij toepassing van artikel 7, vierde lid, het vervangende vaartuig groter is dan het vervangen vaartuig, is voor de verdere duur van het abonnement voor het hoger aantal tonnen laadvermogen of voor het hoger aantal strekkende meters van de lengte havengeld verschuldigd, berekend overeenkomstig het bepaalde in onderdeel 2.3 van de tarieventabel. 3.. Indien bij toepassing van artikel 7, vierde lid, het vervangende vaartuig een kleiner laadvermogen of een geringere lengte heeft, bestaat geen aanspraak op ontheffing van een deel van het havengeld. 4.. Indien de vaste ligplaats gedurende de abonnementsperiode wordt opgezegd, bestaat voor het havengeld bedoeld in artikel 2.3. van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel kalendermaanden van die periode als er na de opzegging van de vaste ligplaats nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 15,00. 5.. Indien de vaste ligplaats gedurende de winterperiode 1 november tot en met 31 maart wordt opgezegd, bestaat voor het havengeld bedoeld in onderdeel 2.4 en 3.3 van de tarieventabel aanspraak op ontheffing voor zoveel kalendermaanden van die periode als er na de opzegging van de vaste ligplaats nog volle kalendermaanden overblijven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel