Deze bepaling is gewijzigd bij de herziening van 2010. In het voorgaande model was bepaald dat de zittingsduur van de commissie gelijk liep met de zittingstermijn van de raad. Dat heeft alleen een functie als raadsleden lid van de commissie zijn. In de toelichting op artikel 3 is aangegeven dat dit, hoewel juridisch (nog) mogelijk geen gewenste situatie is.
Door de wijziging is er een mate van continuïteit bij de commissie, is het niet meer zo dat op één moment de hele commissie opstapt, maar door natuurlijk verloop zal dit meer gespreid zijn. Voor de zittingsduur van vier jaar is gekozen omdat dit door diverse gemeenten in hun verordening wordt gebruikt. Uiteraard kan hier een andere termijn worden bepaald. Dit geldt ook voor de (on)mogelijkheid tot herbenoeming.
In artikel 5 lid 3 is vastgelegd dat de voorzitter en de leden van de commissie aftreden indien zij een leeftijd van 70 jaar hebben bereikt. Lid 5 is middels amendement aan dit artikel toegevoegd. Op basis hiervan kunnen de leden van de commissie maximaal voor twee perioden herbenoemd worden.
Een lid kan bij zijn ontslag zelf het tijdstip van dat ontslag bepalen. Het kan ook een later tijdstip kiezen om zodoende eventueel nog bij de afhandeling van lopende zaken betrokken te kunnen zijn. De bepaling van het vierde lid is van orde. Een ontslagnemend lid kan niet gedwongen worden ook feitelijk de functie te blijven vervullen.