Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2014

De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: a. die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en als zodanig door een blind persoon of een persoon met een lichamelijke en/of geestelijke beperking worden gehouden of die verblijven bij een opleider van een hulp- of geleidehondorganisatie om te worden opgeleid tot assistentiehond. b.Onder assistentiehonden wordt verstaan: Een hulphond: opgeleid voor hulp aan mensen met een motorische beperking. Een signaalhond: opgeleid voor hulp aan mensen met een auditieve beperking. Een (blinde)geleidehond: opgeleid voor de begeleiding van blinden en mensen met een visuele beperking. Een epilepsiehond: opgeleid om mensen met epilepsie bij te staan en alarm te slaan bij een aanval. Een therapiehond: opgeleid voor hulp aan mensen met autisme. die in een hondenasiel verblijven, indien de eigenaar van een dergelijke inrichting houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming (Wet van 25 januari 1961, Staatsblad 19); die uitsluitend ter verkoop in voorraad worden gehouden door een houder met een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover ze tezamen met de moederhond worden gehouden; waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging; waarvan de houder in het bezit is van een geschiktheidverklaring afgegeven voor een diensthond, in eigendom van de gemeentepolitie Tilburg;

Rechtspraak bij dit artikel