De belasting wordt niet geheven ter zake van honden:
a. die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en als zodanig door een blind persoon of een persoon met een lichamelijke en/of geestelijke beperking worden gehouden of die verblijven bij een opleider van een hulp- of geleidehondorganisatie om te worden opgeleid tot assistentiehond.
b.Onder assistentiehonden wordt verstaan:
Een hulphond: opgeleid voor hulp aan mensen met een motorische beperking.
Een signaalhond: opgeleid voor hulp aan mensen met een auditieve beperking.
Een (blinde)geleidehond: opgeleid voor de begeleiding van blinden en mensen met een visuele beperking.
Een epilepsiehond: opgeleid om mensen met epilepsie bij te staan en alarm te slaan bij een aanval.
Een therapiehond: opgeleid voor hulp aan mensen met autisme.
die in een hondenasiel verblijven, indien de eigenaar van een dergelijke inrichting houder is van een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming (Wet van 25 januari 1961, Staatsblad 19);
die uitsluitend ter verkoop in voorraad worden gehouden door een houder met een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming;
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover ze tezamen met de moederhond worden gehouden;
waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma van de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging;
waarvan de houder in het bezit is van een geschiktheidverklaring afgegeven voor een diensthond, in eigendom van de gemeentepolitie Tilburg;
Hoofdstuk
Artikel 8
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2014