Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 6

Ingangsdatum, tijdvak en recidive

Onderdeel van Afstemmingsverordening WIJ

1.. De verlaging wordt met terugwerkende kracht toegepast, voor zover de inkomensvoorziening nog niet is uitbetaald. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende WIJ-norm. 2.. Voor zover de inkomensvoorziening over de afgelopen maand reeds is uitbetaald gaat de verlaging de eerstvolgende kalendermaand in. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende WIJ-norm. 3.. De duur van de verlaging bedraagt minimaal de termijnen die in de hoofdstukken 2 tot en met 4 van deze verordening vermeld staan. 4.. Indien de jongere, binnen 12 maanden nadat de verwijtbare gedraging zich heeft voorgedaan, opnieuw zijn verplichtingen verwijtbaar niet nakomt (recidive), worden de minimale termijnen waarnaar in lid 3 wordt verwezen verdubbeld. 5.. Bij derde en meer opvolgende verwijtbare gedragingen wordt het percentage van de verlaging worden verzwaard en wordt de duur waarnaar in lid 3 wordt verwezen telkens verlengd met één maand extra. 6.. Voor het bepalen van de aanvang van de termijn van 12 maanden geldt het tijdstip waarop de beschikking, waarin de verlaging is medegedeeld, bekend is gemaakt.

Rechtspraak bij dit artikel