Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 11

Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid vóór bijstandsverlening

Onderdeel van Afstemmingsverordening WWB 2009

1.. Indien een belanghebbende voorafgaand aan de ingangsdatum van de bijstandsverlening het beschikbare vermogen op een onverantwoorde wijze heeft besteed, waardoor hij niet langer beschikt over de middelen om in de kosten van het bestaan te voorzien en als gevolg daarvan eerder dan noodzakelijk een bijstandsuitkering is toegekend, wordt de bijstand op deze gedraging worden afgestemd. Indien onderdeel a van toepassing is, wordt de bijstandsuitkering verstrekt in de vorm van een geldlening gelijk aan de periode waarin feitelijk ingeteerd had moeten worden. 2.. Indien een belanghebbende voorafgaande aan de bijstandsaanvraag geen of te laat een beroep doet op een voorliggende voorziening, waardoor hij niet beschikt over de middelen om in de kosten van het bestaan te voorzien en als gevolg daarvan een bijstandsuitkering is toegekend, wordt de bijstand op deze gedraging worden afgestemd met 50% van de bijstandsnorm gedurende minimaal 1 maand.

Rechtspraak bij dit artikel