Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › Afdeling 6.

Artikel 5:26

Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen (*)

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

1.. Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelen van openbaar water. 2.. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; beperkingen stellen naar tijdsduur, alsmede naar soort en aantal vaartuigen. 3.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement en de Wet beheer rijkswaterstaatswerken. 4.. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bedrijfsvaartuigen die direct betrokken zijn bij de ontgronding dan wel bij de inrichting van het openbaar water. 5.. Het is verboden vaartuigen te bouwen, te verbouwen of te slopen, behoudens binnen de daartoe op grond van andere wettelijke voorschriften bestemde en als zodanig in gebruik zijnde inrichtingen.

Rechtspraak bij dit artikel