Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3A › Afdeling 1

Artikel 3a:1

Artikel 3a:1

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: de wet: de Wet op de kansspelen; Speelautomatenbesluit: het Koninklijk Besluit van 23 mei 2000 (Stb. 2000, 224), houdende regels ter uitvoering van titel Va van de wet, zoals gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 2001, 415; speelautomaat: een toestel ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen; kansspelautomaat: een speelautomaat. kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is; speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, van de wet; aanwezigheidsvergunning: de in artikel 30b, eerste lid, aanhef, van de wet bedoelde vergunning voor het aanwezig hebben van een of meer kansspelautomaten; exploitatievergunning: de in artikel 30h, eerste lid, van de wet bedoelde vergunning voor het exploiteren van kansspelautomaten; ondernemer: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert; bedrijfsleider: de natuurlijke persoon die met de algemene leiding in de speelautomatenhal is belast; beheerder: de natuurlijke persoon die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast; openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet; laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel