**1..** Het college legt de inburgeringsplichtige een bestuurlijke boete op ten bedrage van:
35 % van de maandnorm indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is, geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25 vierde lid van de WI;
50 % van de maandnorm indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid en derde lid van de WI;
50 % van de maandnorm indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid van de WI bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a van de WI verlengde termijn het inburgeringsexamen heeft behaald;
**2..** Als de boete op grond van dit artikel meer bedraagt dan de toepasselijke in artikel 34 van de WI genoemde maximum bedragen, wordt de boete vastgesteld op dit maximum bedrag.
Artikel 3
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Boeteverordening WI