Naar hoofdinhoud

Artikel 16

Uitvoering van het onderzoek en rapportage

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie Leidschendam-Voorburg, Oegstgeest, Voorschoten en Wassenaar

1.. De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2.. De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren over de stand van zaken van een onderzoek. 3.. De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht, ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek. 4.. De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. 5.. De commissie kan openbare vergaderingen beleggen. 6.. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen. 7.. De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 8.. Na het verstrijken van de overeenkomstig het zevende lid vastgestelde termijn stelt de Rekenkamercommissie de nota met conclusies en aanbevelingen op (de zogenaamde bestuurlijke brief) en zendt deze samen met het ontwerprapport naar het college van burgemeester en wethouders met het verzoek om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken en maximaal drie weken bedraagt, een bestuurlijke reactie te geven. 9. . De Rekenkamercommissie kan beslissen, indien het onderzoeksonderwerp daartoe aanleiding geeft, de nota met conclusies en aanbevelingen en het ontwerprapport niet aan het college van burgemeester en wethouders voor een bestuurlijk reactie voor te leggen. 10.. Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen en de zienswijze van betrokkenen op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college van burgemeester en wethouders en betrokkenen, aan de raad aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel