In deze verordening wordt verstaan dan wel ook verstaan onder:
bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen
waarvan de gemeenteraad de grenzen heeft vastgesteld,
overeenkomstig artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994
bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in
artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende
omgevingsvergunning.
bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de
Bouwverordening (t/m 14e serie wijzigingen), vastgesteld 31 mei
2012, daaronder wordt verstaan;
college: het college van burgemeester en
wethouders;
gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid,
onder c, van de Woningwet daaronder wordt verstaan;
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing
van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
commercieel belang te dienen;
openbaar water: wateren die voor het publiek
bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de
Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;
rechthebbende: degene die over een zaak
zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;
voertuigen: alle voertuigen, als bedoeld in
artikel 1, onder a en onder al (aa el), van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van:
treinen en trams;
kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine
voertuigen;
weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder
b, van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1:1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Nuenen c.a. 2014