In deze paragraaf wordt verstaan onder:
inrichting: een voor het publiek toegankelijke ruimte waarin
bedrijfsmatig, in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was of
anders dan om niet, handelingen en werkzaamheden worden
verricht die verband houden met dan wel inherent zijn aan
het exploiteren van hetgeen in het maatschappelijk verkeer
wordt aangeduid als een smartshop, headshop of
growshop;
leidinggevende:
de natuurlijke persoon of de bestuurders van een
rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens
rekening en risico de inrichting wordt
geëxploiteerd;
de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft
aan de exploitatie van de inrichting;
de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding
geeft aan de exploitatie van de in-richting;
bezoeker: een ieder, die zich in een inrichting bevindt, met
uitzondering van:
de levenspartner en kinderen van de leidinggevende
van de inrichting, alsmede zijn elders wonende
bloed- of aanverwanten of die van zijn
levenspartner;
de personen die voorkomen in het register als
bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van
Strafrecht;
de personen wier aanwezigheid in de inrichting
wegens dringende redenen noodzakelijk is.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 10a
Artikel 2:40a
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Nuenen c.a. 2014