**1..** Het bevoegd gezag weigert de vergunning indien de vestiging
en/of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een
geldend bestemmingsplan of met een leefmilieuverordening.
**2..** Het bevoegd gezag kan de vergunning weigeren indien naar zijn
oordeel door de aanwezigheid van de inrichting de openbare orde
wordt aangetast en/of het woon- of leefklimaat in de omgeving
van de inrichting nadelig wordt beïnvloed.
**3..** Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde
weigeringsgrond houdt het bevoegd gezag rekening met:
het karakter van de straat en van de wijk waarin de
inrichting is gelegen of al komen te liggen;
de aard van de inrichting;
de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse
blootstaat of bloot zal komen te staan door de
exploitatie van de inrichting;
de concentratie van inrichtingen in een bepaald
gebied;
de wijze van bedrijfsvoering van een leidinggevende van
de inrichting in deze of in andere inrichtingen;
de wijze van exploitatie van de inrichting in het
verleden.
**4..** Een vergunning kan voorts worden geweigerd in het geval en onder
de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
(BIBOB).
**5..** Voordat toepassing wordt gegeven aan het vierde lid, kan het
Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering
integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, om een
advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden
gevraagd.
HOOFDSTUK 2 › Afdeling 10a
Artikel 2:40g
Weigeringsgronden
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Nuenen c.a. 2014