Zolang bij een bestemmingsplan, tot stand gekomen als
uitbreidingsplan of als voorschriften ex artikel 43 van de
Woningwet 1901, hetzij vóór, hetzij na inwerkingtreding van
de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stb. 286 van 1962) geen
voorschriften zijn gegeven omtrent het gebruik van de in die
plannen of voorschriften begrepen bouwwerken, open erven of
terreinen en geen aanpassing aan de Wet op de Ruimtelijke
Ordening heeft plaatsgevonden, is het verboden die
bouwwerken, open erven of terreinen te gebruiken, in gebruik
te geven of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel
strijdig met de uit dat plan of die voorschriften
voortvloeiende bestemming, nadat de bij het bestemmingsplan
aangegeven bestemming is verwezenlijkt.
Het is verboden niet in een bestemmingsplan begrepen
bouwwerken en hun aanhorigheden te gebruiken in strijd met
de bestemming, die zij blijkens hun constructie dan wel
inrichting hebben.
Niet van toepassing is het bepaalde in de leden 1 en 2 voor
een gebruik dat tot het tijdstip van inwerkingtreding van
deze verordening niet onwettig was en zolang in dat gebruik
geen wijziging wordt gebracht.
Vrijstelling kan worden verleend van het bepaalde in de
leden 1 en 2.
Zie voor de toepassing van dit artikel zowel artikel 12.7, lid 2,
onder c als de 'Toelichting Bouwverordening gemeente Terneuzen'
bladzijde 35-36.
===========================================================================
HOOFDSTUK 7 › Paragraaf 3
Artikel 352
oud Verbod tot het gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen in afwijking van de bestemming
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Terneuzen