Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de rioolheffing 2014

1.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater, dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd. 2.. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater dat in het laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. 3.. Ingeval de verbruiksperiode, als onder sub 2 bedoeld, niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Hierbij wordt de verbruikte hoeveelheid water kubieke meters in de in de vorige volzin bedoelde verbruiksperiode gedeeld door het aantal dagen waarover de verbruiksperiode betrekking heeft. Het hierbij verkregen gemiddeld dagverbruik in liters wordt afgerond op hele liters waarbij 0,5 liter of meer naar boven wordt afgerond. Vervolgens wordt dit afgeronde dagverbruik in liters vermenigvuldigd met 365 dagen. Deze uitkomst in liters wordt omgerekend naar kubieke meters waarbij 0,5 kubieke meters of meer naar boven wordt afgerond op hele kubieke meters. 4.. Voorzover de gegevens, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de heffingsambtenaar vastgesteld naar rato van het waterverbruik bij vergelijkbare roerende of onroerende zaken. 5.. Indien wordt aangetoond, dat de hoeveelheid afvalwater niet door middel van de in artikel 3, eerste lid, bedoelde wijze is afgevoerd, wordt de op grond van het eerste lid bepaalde hoeveelheid water verminderd met de op andere wijze afgevoerde hoeveelheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel