Het recht, bedoeld in artikel 13, wordt niet geheven voor:
1 bedrijfspanden die uitsluitend bestemd zijn voor de publieke dienst
van de gemeente;
2 bedrijfspanden die uitsluitend bestemd zijn voor de openbare eredienst
of voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke
grondslag -andere dan kerkgenootschappen- die rechtspersoon met
volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van en
zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende
levensovertuiging;
3 bedrijfspanden die uitsluitend dienen als inrichting van
onderwijs.