Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Strijdige activiteiten

Onderdeel van Verordening Paracommercie Wijk bij Duurstede 2013

Als betreffende een in artikel 4 Drank- en Horecawet bedoelde rechtspersoon een constatering is gedaan van enige overtreding(en) van het bepaalde in de Drank- en Horecawet of deze verordening, dan zal het onderstaande handhavingstraject worden gevolgd: na de eerste constatering zal het bestuur van de rechtspersoon worden aangeschreven om de illegale activiteiten onmiddellijk te beëindigen en beëindigd te houden. Tevens zal op de mogelijkheid worden gewezen ontheffing aan te vragen; na de tweede constatering volgt een vooraankondiging last onder dwangsom waarbij de rechtspersoon op de overtreding wordt gewezen en waarbij wordt aangekondigd dat bij een volgende overtreding een last onder dwangsom of bestuurlijke boete kan worden opgelegd; na de volgende constatering binnen een periode van één jaar na de laatste waarschuwing wordt een last onder dwangsom (artikel 5:32b Algemene wet bestuursrecht) dan wel een bestuurlijke boete (artikel 44a Drank- en Horecawet) opgelegd; Indien de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is verbeurd en de illegale activiteiten vinden nog steeds doorgang, dan is de burgemeester bevoegd tot intrekking van de vergunning (artikel 31, lid 2 Drank- en Horecawet, artikel 175 Gemeentewet). Wanneer de vergunning wordt ingetrokken dan wordt op grond van artikel 31, lid 3 Drank- en Horecawet de bevoegdheid om aan de betrokken instelling een nieuwe vergunning te verlenen opgeschort tot één jaar nadat het besluit tot intrekking onherroepelijk is geworden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel