1.In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
de WWB:
de Wet werk en bijstand;
b.
de WIJ:
de Wet investeren in jongeren;
c.
alleenstaande:
de ongehuwde die geen tot zijn last komende kinderen heeft en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van een zorgbehoefte;
d.
alleenstaande ouder:
de ongehuwde die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn last komende kinderen en geen gezamenlijke huishouding voert met een ander, tenzij het betreft een bloedverwant in de eerste graad of een bloedverwant in de tweede graad indien er bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van een zorgbehoefte;
e.
gehuwde:
de gehuwde volgens artikel 3 lid 2 van de WWB;
f.
kind:
het in Nederland woonachtige eigen kind, pleeg- of stiefkind;
g.
ten laste komend kind:
- het kind, jonger dan 18 jaar, voor wie en voor zo lang de alleenstaande ouder of de gehuwde aanspraak op kinderbijslag kan maken;
- het inwonend kind jonger dan 21 jaar met een eigen inkomen voor wie en voor zolang dit inkomen lager dan wel gelijk is aan de bijstandsnorm van een 21-jarige;
- het inwonend studerend kind met inkomsten op grond van de Wet studiefinanciering (WSF 2000) of Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS), ongeacht het bedrag aan bijverdiensten;
h.
belanghebbende:
degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken;
i.
gezamenlijke huishouding:
de huishouding als bedoeld in artikel 3 lid 3 van de WWB;
j.
minimumloon:
het minimumloon per maand zoals bedoeld in artikel 37 van de WWB.
k.
toeslag:
de toeslag zoals bedoeld in artikel 25 van de WWB;
l.
verlaging:
een verlaging van de basisnorm en/of toeslag zoals bedoeld in artikel 26 tot en met 29 van de WWB;
m.
dakloze:
persoon die niet beschikt over of niet langdurig gebruik maakt van zelfstandige of van residentiële huisvesting, verpleeginrichting, dan wel een persoon die niet beschikt over een woonadres als bedoeld in artikel 1 van de Wet Gemeentelijke basisadministratie, maar aantoonbaar feitelijk binnen de eigen gemeentegrenzen verblijft;
n.
norm:
landelijke norm, als bedoeld in artikel 20 tot en met 24 van de WWB;
o.
zorgbehoevende:
degene die bij afwezigheid van medebewoning met en verzorging door een ander persoon opname behoeft in een verpleeg- of verzorgingshuis, dan wel geïndiceerde intensieve ambulante hulp behoeft;
p.
woning:
een woning, een woonwagen en een woonschip.
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen:
Onderdeel van Verordening Toeslagen en Verlagingen WWB 2009