Een verlaging wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid van de WWB, wordt toegepast in andere dan de in artikel 9, 11 en 12 van deze verordening vermelde situaties.
Onverminderd artikel 3 van deze verordening wordt de verlaging voor de navolgende situaties vastgesteld op:
het percentage en de duur, waarmee een uitkering krachtens een werknemersverzekering of sociale voorziening, of een daarmee naar aard en doel overeenkomende buitenlandse regeling of private verzekering wegens een verwijtbare gedraging is verlaagd;
20% van de bijstandsnorm gedurende ten hoogste het aantal maanden dat te snel op het vermogen is ingeteerd indien de belanghebbende op onverantwoorde wijze de middelen, waarover hij beschikte of redelijkerwijs kon beschikken, heeft aangewend behoudens het gestelde onder c en d van dit artikel;
20% van de bijstandsnorm gedurende ten hoogste het aantal maanden dat belanghebbende aanspraak moet maken op een uitkering vanwege het verwijtbaar afzien van een erfenis, waarmee hij, bij aanvaarding daarvan, zelf in de noodzakelijke kosten van het bestaan had kunnen voorzien;
20% van de bijstandsnorm gedurende ten hoogste het aantal maanden dat belanghebbende (volledig) aanspraak moet maken op een uitkering vanwege het verwijtbaar afzien van het hem toekomende deel van de boedel in het kader van een echtscheiding, waarmee hij (deels) zelf in de noodzakelijke bestaanskosten had kunnen voorzien;
50% van de bijstandsnorm gedurende de periode dat belanghebbende verwijtbaar geen recht heeft op een inkomen uit door Rijk’s kas bekostigd onderwijs;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij het door eigen toedoen verwijtbaar niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid, waaronder mede wordt verstaan gesubsidieerde arbeid en work-first;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand, indien belanghebbende door de gedraging verwijtbaar geen recht heeft op een uitkering krachtens een werknemersverzekering, een sociale voorziening, of een daarmee naar aard en doel overeenkomend buitenlandse regeling of private verzekering;
100% van de bijstandsnorm gedurende ten hoogste drie maanden, indien de belanghebbende door een (boetewaardige) gedraging verwijtbaar geen of geen volledige uitbetaling krijgt van een uitkering krachtens een werknemersverzekering, volksverzekering of sociale voorziening, waardoor hij aanspraak heeft moeten maken op een bijstandsuitkering;
100% van de bijstandsnorm gedurende ten hoogste drie maanden, indien de belanghebbende anderszins blijk geeft van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan.
Het percentage van de afstemming als bedoeld in voorgaand lid onder a tot en met e, wordt verdubbeld indien belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de bijstand is afgestemd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie.
Bij recidive van een situatie, als bedoeld in het tweede lid sub f van dit artikel, binnen een periode van zestig maanden na bekendmaking van een besluit als bedoeld in voorgaand lid wordt de bijstand afgestemd met 100% gedurende drie maanden.
De duur van de afstemming als bedoeld in het tweede lid onder g tot en met i van dit artikel, wordt verdubbeld indien belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij de bijstand is afgestemd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde categorie.
Hoofdstuk
Artikel 14.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Alkmaar