Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 19

Overige verplichtingen.

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Koggenland 2014

1.. De subsidieontvanger verricht de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend. 2.. De subsidieontvanger informeert het college onmiddellijk schriftelijk: over besluiten of procedures die zijn gericht op het geheel of gedeeltelijk staken van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon; over relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden; zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of niet of niet geheel aan de aan de beschikking verbonden verplichtingen zal worden voldaan; bij wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon of het doel van de rechtspersoon; in geval van opheffing en liquidatie. 3.. Indien sprake is van omstandigheden als bedoeld in lid 2 sub e, dient een met subsidie verworven batig liquidatiesaldo, met toepassing van het bepaalde in artikel 4:41 van de wet, zo spoedig mogelijk aan de gemeente te worden terugbetaald tot maximaal het bedrag dat in totaliteit over de laatste vijfjaren aan subsidie is verstrekt. 4.. Als verplichtingen als bedoeld in artikel 4:38 van de wet legt het college subsidieontvangers in ieder geval de volgende verplichtingen op: een ruimtelijke voorziening dient naar aard, omvang, inrichting, situering, tariefstelling en openstellingsuren regelmatig en doelmatig gebruikt te kunnen worden voor het laten plaatsvinden van subsidiabele activiteiten. de instelling dient er zorg voor te dragen, dat waar de activiteiten plaatsvinden in een ruimtelijke voorziening: deze waar mogelijk en nodig geschikt is voor de in zijn bewegingen beperkte mens; de openstellingen zo veel mogelijk afgestemd zijn op de wensen, behoeften en mogelijkheden van de doelgroep(en), de organisatoren en deelnemers van gesubsidieerde activiteiten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel