Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 6

Vaststelling subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud.

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Koggenland 2014

1.. De raad stelt, na het door haar vaststellen van de begroting, het subsidieplafond vast conform afdeling 4.2.2. van de wet. 2.. De raad kan het subsidieplafond wijzigen indien voor de desbetreffende begrotingspost of het voor het desbetreffende beleidsterrein beschikbare budget: tussentijds wordt verhoogd, tussentijds wordt verlaagd. 3.. Het college maakt jaarlijks, in het kader van de voorbereiding van de begrotingsbehandeling, zo mogelijk voor 1 mei voorafgaand aan het jaar waarop de subsidieaanvragen betrekking hebben, het op de subsidieverstrekking te hanteren indexpercentage bekend aan de professionele instellingen en de daaruit voortvloeiende maximaal te verstrekken subsidies. Een en ander onder begrotingsvoorbehoud en voorbehoud betreffende de vaststelling van het subsidieplafond door de raad. 4.. Deze, onder begrotingsvoorbehoud, maximaal te verstrekken subsidies gaan uit van: het door de raad vastgestelde beleid over het komende jaar of de komende jaren, de doelstellingen zoals opgenomen in de activiteitenplannen van de instellingen die betrekking hebben op de lopende subsidieperiode, de in de meerjarenbegroting opgenomen financiële middelen per beleidsterrein. 5.. De instellingen dienen de inhoud van hun activiteitenplan en het daaruit voortvloeiende aan te vragen subsidiebedrag af te stemmen op hetgeen in lid 3 van dit artikel is gesteld. 6.. Indien niet aan deze voorwaarden wordt voldaan is artikel 10 lid 2 van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel