**1..** De belasting als bedoeld in artikel 5, lid 1 is verschuldigd bij het
begin van het belastingjaar of zo dit later is, bij de aanvang van de
belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in artikel 5,
lid 1 verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de
belasting als bedoeld in artikel 5, lid 1,voor zoveel twaalfde gedeelten
van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven,
tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.
**4..** Het tweede en derde lid is niet van toepassing voor het vastrecht voor
een perceel dat in hoofdzaak tot bewoning dient, indien de
belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
perceel in gebruik neemt.
**5..** Belastingbedragen tot € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing
van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde
aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2014