1. Een raadscommissie bestaat uit minimaal 1 afgevaardigde per fractie. Een raadslid kan zich te allen tijde laten vervangen door een fractiegenoot.
2. In de vergadering van de commissie vindt geen besluitvorming plaats.
3. De voorzitter kan op grond van het aantal zetels van een partij komen tot een voorlopig oordeel van de fractie over een onderwerp.
4. Ieder commissielid brengt een gewogen stem uit. De commissieleden tellen daarbij maximaal voor het aantal zetels van de eigen fractie in de raad. Een woordvoerder kan ook aangeven, dat een of meerdere fractiegenoten tegen zijn.
5. Het vragen van een voorlopig oordeel kan nodig zijn bij het vragen van de gevoelens van de raad in een commissie.
De weging van de meningen van de fracties worden in het verslag door de griffie vastgelegd. Op basis hiervan kan de wethouder een goede inschatting maken hoe een mogelijke noodzakelijke bespreking van het voorstel in de raad zal uitpakken.
De fractie kan voor iedere raadscommissie tenminste een plaatsvervangend lid per fractie, niet zijnde een raadslid, aanwijzen, die zitting in een raadscommissie heeft.
Het plaatsvervangend lid, niet zijnde raadslid, heeft geen stemrecht. Het plaatsvervangend lid dient als fractieassistent ingeschreven te staan bij de griffie.
De artikelen 10,11,12,13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie.
HOOFDSTUK IIII Instellen en werkwijze presidium, agendacommissie en commissies
Artikel 11
Samenstelling en werkwijze raadcommissie
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad (2010)