**1..** Het is verboden zonder vergunning van het college de weg of een
weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke
functie daarvan.
**2..** Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:
evenementen als bedoeld in artikel 2:24;
standplaatsen als bedoeld in artikel 5:19;
overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is
verleend;
situaties waarin wordt voorzien door de
Wet beheer
rijkswaterstaatwerken,
artikel 5 van de Wegenverkeerswet
1994, de Woningwet, of de provinciale
wegenverordening.
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
worden geopenbaard
**3..** Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor
het verbod in het eerste lid niet geldt en ten aanzien van die
voorwerpen nadere regels stellen.
**4..** Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2,
eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht.
**5..** Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
geweigerd:
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
onderhoud van de weg;
indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
van welstand;
in het belang van de voorkoming of beperking van
overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
onroerende zaak.
**6..** Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is
paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
bestuursrecht (positieve fictieve beschikking
bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
HOOFDSTUK 2. › Afdeling 5.
Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012