**1..** In deze afdeling wordt verstaan onder:
boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een
dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter
(gelijk aan 31,4 centimeter stamomtrek) op 130
centimeter hoogte boven het maaiveld. In geval van
meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste
stam;
boom effect analyse: een standaard beoordeling van de
gevolgen voor houtopstanden bij voorgenomen bouw-,
aanleg-, of herinrichtingsprojecten, op basis van
landelijke richtlijnen van de Bomenstichting;
hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld,
opnieuw op de stronk uitlopen.
houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;
rekenmodel boomwaarde: rekenmodel voor het bepalen van
de monetaire waarde van bomen op basis van de
richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs
van Bomen (NVTB);
iepziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn.
Ceratocystis ulmi (Buism.) C.
Moreau);
iepenspintkever het insect in elk ontwikkelingsstadium
behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en
Scolytus multistratus (Marsch) en Scolytus
pygmaeus.
VTA-systematiek: methodiek voor het visueel beoordelen
van de stabiliteit en breukvastheid van bomen op basis
van de door Prof. Dr. Claus Mattheck ontwikkelde Visual
Tree Assessment (VTA).
**2..** In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
inbegrip van verplanten, het voor de eerste keer knotten of
kandelaberen, alsmede het verrichten van handelingen die de dood
of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten
gevolge kunnen hebben.
**3..** Onder vellen wordt niet verstaan het knotten of kandelaberen van
wilgen en platanen.
HOOFDSTUK 4. › Afdeling 3.
Artikel 4:10
Begripsbepalingen
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012