Indien een houtopstand zonder vergunning van het bevoegd
gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan,
kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de
grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene
die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten
overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen en binnen
een door hen te stellen termijn.
Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid
opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke
termijn en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet
worden vervangen.
Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan een
geldelijke storting in het Bomenfonds worden opgelegd, van
maximaal 100% van de boomwaarde, berekend volgens het
rekenmodel boomwaarde.
Indien een houtopstand waarop het verbod als bedoeld in
artikel 4:11, eerste lid, van deze verordening toepassing
is, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, dan kan het
college aan de zakelijk gerechtigde op de grond waarop zich
de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere
hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de
verplichting opleggen om:
overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen en
binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen
te treffen, waardoor die bedreiging wordt
weggenomen;
een boom effect analyse op te laten stellen en aan
het college aan te bieden.
Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als
bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens
rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.
Indien in de nabijheid van houtopstanden als bedoeld in
artikel 4:11, eerste lid, van deze verordening werkzaamheden
plaatsvinden die de leefbaarheid van de houtopstand nadelig
kunnen beïnvloeden, is de uitvoerder verplicht om
voorafgaand aan de werkzaamheden een boom effect analyse op
te stellen en aan het college te overleggen en de daaruit
voortvloeiende maatregelen met betrekking tot de bescherming
van de houtopstand op te volgen.
4:12bBestrijding
iepziekte
Indien zich op een terrein een of meer iepen bevinden die
naar het oordeel van het college gevaar opleveren voor
verspreiding van de iepziekte of voor vermeerdering van
iepenspintkevers, is de rechthebbende, indien hij daartoe
door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij
de aanschrijving vast te stellen termijn:
indien de iepen in de grond staan, deze te
vellen;
de iepen te ontschorsen en de schors te vernietigen;
of
de niet-ontschorste iepen of delen daarvan te
vernietigen of zodanig te behandelen dat
verspreiding van de iepziekte wordt voorkomen.
Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan, met
uitzondering van geheel ontschorst iepenhout en iepenhout
met een doorsnede kleiner dan 4 cm, voorhanden of in
voorraad te hebben of te vervoeren. Het college kan
ontheffing verlenen van dit verbod.
HOOFDSTUK 4. › Afdeling 3.
Artikel 4:12a
Herplant-/instandhoudingsplicht
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening 2012