Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Autorisatie begroting en investeringskredieten en begrotingswijzigingen

Onderdeel van Verordening 212: de financiële beheersverordening Gemeente Opmeer 2012

1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de kostenverdeelstaat. 2.. Bij de begrotingsbehandeling stelt de raad tevens het investeringsprogramma vast. Voor categorie A (vervangingsinvesteringen) autoriseert de raad het college tot het doen van uitgaven. Voor categorie B (nieuwe en/of uitbreidingsinvesteringen) dienen in het betreffende dienstjaar steeds afzonderlijke voorstellen ter vaststelling resp. autorisatie aan de raad te worden voorgelegd. 3.. Het college is bevoegd tot het verschuiven van budgetten tussen producten binnen een programma, tenzij deze verschuiving leidt tot een wijziging in de realisatie van beleidsdoelstellingen en/of de realisatie van andere producten binnen het programma onder druk komt. In dit geval is de gemeenteraad bevoegd. Indien gebruik wordt gemaakt van voormelde bevoegdheid door het college wordt dit achteraf, via een begrotingswijziging geformaliseerd. 4.. Indien het college voorziet dat een geautoriseerd budget of investeringskrediet dreigt te worden overschreden, wordt dit door het college in de eerstvolgende tussentijdse rapportage aan de raad gemeld. Het college voegt hierbij een voorstel voor wijziging van het budget of het investeringskrediet of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 5.. Voor het doen van uitgaven ten laste van het budget voor onvoorziene uitgaven, zijn de volgende criteria vastgesteld: de uitgave heeft politiek/bestuurlijke prioriteit, was bij het opstellen van de begroting niet te voorzien, is spoedeisend én kan geen uitstel verdragen; wanneer de uitgave een voorgenomen subsidieverstrekking groter dan € 5.000 betreft, dient deze vooraf aan de raad ter vaststelling te worden voorgelegd. 6.. Het college informeert de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college ten laste van de stelpost nieuw beleid uitgaven wenst te doen.

Rechtspraak bij dit artikel