Een verzoek om kwijtschelding van een natuurlijk persoon die een bedrijf of zelfstandig een beroep uitoefent, wordt, voor zover het gaat om belastingen en heffingen die geen verband houden met de uitoefening van dat bedrijf of beroep, op dezelfde wijze beoordeeld als een verzoek van een natuurlijk persoon die geen bedrijf of niet zelfstandig een beroep uitoefent, een en ander met inachtneming van het bepaalde in artikel 28, lid 1, onder b, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990.