Naar hoofdinhoud

Afdeling III.

Artikel 10.

De kwaliteit van het op het openbaar riool te lozen afvalwater

Onderdeel van Aansluitverordening riolering

1.. Het afvalwater afkomstig van de percelen mag geen stoffen bevatten die het materiaal van de rioleringen aantasten of het zuiveringsproces van de ontvangende zuiveringsinstallatie verstoren. De nadelige gevolgen van het afvalwater voor het oppervlakte water moeten bovendien zoveel mogelijk worden beperkt. Dit betekent dat: (nieuwe) lozingen van bedrijfsafvalwater uit inrichtingen moeten voldoen aan de ter zake in de Wm of in de Wvo of in een Amvb op grond van de Wm of Wvo, gestelde voorwaarden; lozingen van bedrijfsafvalwater uit niet-inrichtingen en lozingen voor huishoudelijk afvalwater moeten voldoen aan het ter zake gestelde in de Wm; 2.. Het is verboden vaste stoffen, verontreinigende stoffen en schadelijke stoffen die in het gebruik vrijkomen, met behulp van versnijdende apparatuur op de riolering te lozen. 3.. De rechthebbende is verantwoordelijk voor een in alle opzichten juist gebruik van de particuliere aansluitleiding.

Rechtspraak bij dit artikel