Burgemeester en wethouders dienen binnen een termijn van
acht weken na ontvangst van de aanvraag om een
aansluitvergunning te besluiten, tenzij een kennisgeving als
bedoeld onder het derde lid van deze verordening is
gedaan.
Indien de aanvraag of de daarbij behorende bescheiden niet
voldoen aan het bepaalde in het tweede lid van artikel 3 van
deze verordening, begint de voorgenoemde termijn waarbinnen
op een aanvraag moet worden beslist te lopen op de dag dat
dit verzuim is hersteld.
In afwijking van het eerste lid houden burgemeester en
wethouders de beslissing omtrent een aanvraag van een
aansluitvergunning aan indien er geen reden is de vergunning
te weigeren:
terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag
moet worden gedaan of in behandeling is voor een
bouwvergunning krachtens de Woningwet;
terwijl er voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag
moet worden gedaan of in behandeling is voor een vergunning
krachtens de Wet milieubeheer.
**4).** Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven,
stellen burgemeester en wethouders de aanvrager daarvan in kennis en
noemen daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel
tegemoet kan worden gezien.
**5).** Na verlening van de in lid 3 onder sub a en b van dit artikel
bedoelde vergunningen, dienen burgemeester en wethouders alsnog
binnen acht weken te besluiten op de aanvraag om een
aansluitvergunning.
Afdeling II.
Artikel 5.
Verlening van de aansluitvergunning
Onderdeel van Aansluitverordening riolering