De rechthebbende aan wie ingevolge afdeling II van deze
verordening een aansluitvergunning is verleend dient de gemeente
te verzoeken de aansluiting of wijziging van de aansluiting
waarop die vergunning betrekking heeft, feitelijk uit te voeren.
De rechthebbende dient een daartoe strekkend schriftelijk
verzoek in bij burgemeester en wethouders.
Bij het verzoek tot feitelijke aansluiting dienen in ieder geval
de volgende gegevens door de rechthebbende te worden
vermeld:
de naam en het woonadres van de rechthebbende;
het nummer en de datum van de aansluitvergunning;
de door rechthebbende gewenste datum van
uitvoering.
Het verzoek tot feitelijke aansluiting wordt slechts in behandeling
genomen indien deze gegevens volledig zijn vermeld.
Indien de kosten van de aanleg van de aansluiting reeds zijn
voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de
gemeente gesloten overeenkomst, dient de rechthebbende dit naast
de in het tweede lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot
aansluiting te vermelden.
Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vier weken na de
ontvangst van het verzoek tot feitelijke aansluiting, stellen
burgemeester en wethouders zoveel mogelijk in overleg met
rechthebbende, een termijn vast voor uitvoering van de
aansluiting.
Bij vaststelling van het tijdstip van uitvoering wordt zoveel mogelijk
rekening gehouden met het door de rechthebbende gewenste tijdstip.
Afdeling III.
Artikel 7.
Het verzoek tot aanleg of wijziging perceelaansluitleiding
Onderdeel van Aansluitverordening riolering